Het werkgebied van de vogelwerkgroep bestaat uit een grote variatie aan landschappen. Bossen, water en weiden zorgen ervoor dat er een grote hoeveelheid verschillende vogelsoorten zijn te vinden, zowel als broedvogel maar ook als doortrekker en wintergast. Pak de verrekijker en ga op pad en ontdek zelf wat er allemaal te zien is in deze omgeving.

Landgoed het Oostermaet                                                                                         

Het Oostermaet is een 300 hectare groot landgoed. De boerderijen zijn meteen te herkennen aan de rode luiken met donkergroene rand.
Rond 1600 was het een groot moeras met heidevelden. Naarmate er meer grond in cultuur werd gebracht, zijn er meer boerderijen gebouwd. Ze kregen mooie namen: het Oostermaet, De Grote Brander, De Kleine Brander, Zomerdijk, Keurhorst, Oosterhof en Westerhof. In tegenstelling tot de meeste landgoederen heeft er nooit een kasteel of landhuis gestaan. De fraaiste boerderij van het landgoed is ongetwijfeld Groot Brander, aan de Oerdijk richting Okkenbroek. Deze boerderij uit 1675 heeft een opvallende, ronde uitbouw, het karnhuis. Hier liep vroeger het paard zijn rondjes, waardoor de molen in beweging werd gezet en de boter uit de melk werd gehaald. Ook de pomp en het bakhuis of 'kookhuus' zijn nog authentiek.
Naast de roodgroene luiken kregen de boerderijen ook vaak een serie eiken op het erf. Het bestuur van de Verenigde Gestichten had de gewoonte om op elk erf net zo veel eiken te planten als er bestuursleden waren. Ook werden er perceeltjes verpacht aan keuters, die er een huisje bij bouwden. Een dergelijk huisje werd een kot of kate genoemd. Namen die eindigen op -cate of -kate verwijzen naar een 'keuterverleden'. Bij de verdeling van de gemeenschappelijke gronden kregen deze keuterboertjes vaak de gelegenheid om de stukjes grond, die ze geleidelijk bij hun katerstede hadden getrokken, te kopen.

Rond 1900 werd het Oostermaet aangekocht door een zekere mr. Abraham Capadose. Capadose wilde er een groot jachtterrein van maken. In de moerassige gedeelten werd rabattenbos aangelegd. Op verschillende plaatsen zijn rododendrons aangeplant om het wild dekking te geven. Tegenwoordig zijn de rododendrons een visitekaartje van het landgoed, vooral gedurende de bloeitijd in mei en juni.
Een interessant verschijnsel op Het Oostermaet is de slenk. Een slenk is een laaggelegen langgerekte laagte. Door deze lage ligging was het gebied tot circa 1900 in gebruik als hooiland; voor andere doeleinden was de slenk te nat. In de twintigste eeuw is het gebied door de aanplant van onder andere inlandse eik, berk en zwarte els van karakter veranderd. Doordat de gronden steeds meer verdroogden, is de slenk een 'natuurlijke dood' gestorven. In de laatste decennia heeft Stichting IJssellandschap veel werk verzet om het oorspronkelijke karakter van de slenk terug te krijgen. De 'niet natuurlijke' bomen en struiken zijn verwijderd. Maaien wordt minder en selectiever toegepast, waardoor het gebied weer toegankelijk is geworden voor overwinterende insecten. Tevens is het aantal planten- en insectensoorten sterk toegenomen. Ook worden er periodiek plaggen gestoken om de oorspronkelijke vegetatie, waaronder dop- en struikheide, terug te laten keren. In 1994 zijn de ontwikkelingen ten aanzien van het natuurbeheer in dit gebied in een stroomversnelling geraakt. In dat jaar werd de oorspronkelijke laagte in het beekdal opnieuw uitgegraven. Tevens kreeg de slenk de wettelijke status van Beschermd Natuurmonument. Het gevolg van de geschetste ontwikkelingen in het beheer van het landgoed is dat de flora en fauna aanzienlijk 'rijker' zijn geworden. Het aantal boomsoorten is sterk gegroeid en ook het aantal oude bomen neemt sterk toe.

De vogels

De vogelsoorten die voorkomen in dit gebied zijn zeer divers. De bosvogels zijn uitgebreid vertegenwoordigd. Daarnaast kun je in de gebieden ook andere soorten aantreffen. Zeker in de trektijd zijn er dwaalgasten en wintergasten in het Oostermaet te vinden.
Met een uurtje wandelen bij zonsopkomst in de maand mei, waarin de zangvogels zich goed laten horen, kan men al snel tot zo'n 60 soorten komen.
De meeste kans op bijzondere soorten maakt men toch wel in de Slenk. Het gebied dat hierboven staat beschreven. Daar zijn zeker 4 soorten spechten te vinden; Groene, Zwarte, Grote bonte en Kleine bonte specht. Met een beetje geluk tref je de Middelste bonte specht hier ook aan.
Verder zijn er een aantal Roofvogels te vinden: Havik, Buizerd, Sperwer en Boomvalk behoren tot de vaste bewoners van het bos. De Wespendief mag zeker niet vergeten worden. De stille en heimelijke vogel broed hier jaarlijks. In de korte tijd dat hij in Nederland verblijft is hij zeker te vinden op het Oostermaet.
Met Bosuil en Steenuil is het gebied wat betreft de uilen uitgepraat maar het blijft altijd een waar genoegen om de roep van de Bosuil te horen schallen door het bos.
Zangvogels bekijk je met je oren is het credo. Enige kennis op dit gebied is wel nodig om de soorten op naam te brengen. Maar ook zonder bijpassende naam is het genieten van de Bonte vliegenvanger, Fitis, Tjiftjaf, Goudhaantje, Appelvink, Zwartkop, Boompieper en diverse mezensoorten. Het is te veel om op te noemen.
Ook wat betreft zoogdieren kun je aan je trekken komen in het Oostermaet. Ree, Konijn, Haas en marterachtigen zoals; steenmarter, bunzing en hermelijn zijn hier al gezien. Zeer recentelijk is er ook een dassenburcht  gevonden.
Ik zou zeggen ga er op uit en kies een van de diverse aangegeven wandelroutes. Het is zeker de moeite waard!

Eigenaar: Stichting IJssellandschap,
Ligging: ten oosten van Lettele
Wandelen: Toegestaan, gemarkeerde route

ontwerp: Arno ten Hoeve, uitvoering: TigrisIT