Ooievaarsbuitenstation 't Zand in Gorssel is opgericht in 1981 als onderdeel van het landelijke herintroductieproject voor de Ooievaar. Het was het 5e station dat werd opgericht en de dagelijkse verzorging was in  handen van de familie Verholt, geholpen door een enthousiaste groep vrijwilligers.
Het station heeft, vanaf de geboorte van de eerste jongen in 1982, tot aan heden een belangrijke bijdrage geleverd aan de terugkeer van de Ooievaar in het algemeen en in de IJsselvallei in het bijzonder.

Ooievaars gezenderd

In 2009 zijn in Gorssel 3 volwassen Ooievaars gezenderd. Doel van het zenderen is het fourageergebied van de Ooievaars nauwkeurig in kaart te brengen. Van begin april totdat hun jongen half juli uitvlogen is overdag gemiddeld elke 2 minuten vastgelegd waar ze hun voedsel vandaan halen. Op die manier willen we te weten komen welke foerageergebieden de ooievaars het beste in staat stellen voldoende jongen groot te krijgen. Die kennis is nodig voor de verdere 'verzelfstandiging' van de Nederlandse ooievaarpopulatie. De Vogelwerkgroep IJsselstreek werkt de komende jaren samen met Vogelbescherming aan de uitvoering van het leefgebiedherstelplan, zie hierover elders op deze site.

Het zenderonderzoek is een samenwerking tussen de Universiteit van Amsterdam, SOVON Vogelonderzoek Nederland, Vogelbescherming Nederland en Vogelwerkgroep de IJsselstreek. De zender is ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam. SOVON heeft het veldwerk uitgevoerd, ondersteund door Vogelwerkgroep De IJsselstreek. Vogelbescherming heeft het project gefinancierd.

Klik hier voor een filmpje over het zenderen van de ooievaars.

Hoe vang je een wilde ooievaar

De ooievaars zijn gevangen met een inloopkooi waarin voer werd gelegd. Zodra een Ooievaar gewend was aan het voeren in de kooi werd getracht deze te vangen. Dat was echter lastiger dan het leek... , we wilden namelijk alleen "zelfstandige" Ooievaars vangen.

 
 
 Boven: leden van de 'donderdagploeg' installeren de vangkooi
Onder: een Ooievaar loopt de kooi in om het voer te pakken


Welke ooievaars zijn gevangen?

De eerste Ooievaar werd gevangen op 11 april 2009. Dit mannetje was al geringd op 21 juni 1999 als nestjong in Zegveld (ringnr. Arnhem 4431). We hebben een zwarte kleurring 100 toegevoegd. Daarmee is de vogel ook met een verrekijker snel te herkennen. De tweede Ooievaar is gevangen op 22 april 2009. Ook deze ooievaar was geringd: Paris P8797 met kleurring wit AETP. Een man, geboren in 2006 in Frankrijk! Ondanks de opvallende kleurring is dit pas zijn eerste terugmelding. De laatste Ooievaar werd gevangen op 16 mei 2009. Waarschijnlijk een vrouwtje, geringd op 1 juni 2002 als nestjong in Gorssel (ringnr. Arnhem 5764). We hebben zwarte kleurring 101 toegevoegd.

   
 De zender wordt op de rug bevestigd
 Klaar om te worden losgelaten


Gebruikte techniek

De gebruikte zender is GPS-systeem. Een rugzakje van 12 gram  bestaande uit een zonnepaneel, batterij met lader, een GPS-ontvanger en -antenne, een processor met geheugen, sensoren voor vleugelslagfrequentie, hoogte en temperatuur en een radiozender en- ontvanger. Het grote voordeel van dit systeem is dat zeer frequent en exact (op enkele meters nauwkeurig) lokatiegegevens kunnen worden verzameld. Nadeel van deze zender is dat de gegevens alleen opgevangen kunnen worden wanneer de ooievaar een grondstation (ontvanger met computer) passeert. We kunnen dus pas volgend voorjaar, als de ooievaars van de trek terugkomen bij hun vaste nestplek, de trekgegevens uitlezen. Deze trekgegevens vormen overigens geen direct onderzoeksdoel, maar zouden een leuke bijvangst kunnen zijn.

Eerste resultaten

Op de kaartjes hieronder zijn de gegevens tot 20 mei weergegeven. De eerste Ooievaar in geel, de tweede in groen en de derde in paars.
Van Ooievaar 4431 (geel) zijn maar liefst 49.500 metingen verzameld. De Franse ooievaar (groen) heeft uiteindelijk niet gebroed en is na 2 juni niet meer in de buurt van het grondstation geweest. Daarom zijn van dit dier 'slechts' 13.500 metingen geregistreerd. De derde ooievaar (paars) leverde 25.000 metingen op.

Later in het seizoen gingen de Ooievaars verder van het nest fourageren om voor hun opgroeiende jongen voedsel te zoeken.

 
 Uit de zender gegevens is goed te zien dat de
 "paarse" ooievaar veel ten oosten van Gorssel
 heeft gefoerageerd, de andere deden dat minder.
 Van de "groene" ooievaar weten we het niet precies    
 maar deze vogel is later teruggevonden op een nest,
 ook ten oosten van Gorssel.


Het was eigenlijk de bedoeling om zes Ooievaars te zenderen. Door uiteenlopende oorzaken is dat niet gelukt. Maar deze drie vogels hebben veel meer gegevens opgeleverd dan verwacht. Dit komt vooral door het zonnige weer in april en mei. De zonnecel op de zender kon de batterij daarom optimaal van stroom voorzien. Daarmee kon het aantal metingen per vogel per uur worden vergroot.

Voor de gegevens van 2010 zie: zenderonderzoek 2010
ontwerp: Arno ten Hoeve, uitvoering: TigrisIT