Ooievaarsbuitenstation 't Zand in Gorssel is opgericht in 1981 als onderdeel van het landelijke herintroductieproject voor de Ooievaar. Het was het 5e station dat werd opgericht en de dagelijkse verzorging was in  handen van de familie Verholt, geholpen door een enthousiaste groep vrijwilligers.
Het station heeft, vanaf de geboorte van de eerste jongen in 1982, tot aan heden een belangrijke bijdrage geleverd aan de terugkeer van de Ooievaar in het algemeen en in de IJsselvallei in het bijzonder.

Ooievaarsproject 't Zand in Gorssel

Sinds 1981 heeft  ooievaarsproject 't Zand in Gorssel een zeer belangrijk deel uitgemaakt van de werkzaamheden van de Vogelwerkgroep IJsselstreek.
De bouw van het station begon in augustus 1981 en duurde ongeveer twee weken. Op een stuk weiland van ongeveer 25 bij 35 meter werd een omheining gezet, kooien gebouwd en nestpalen geplaatst.


   
   
 De bouw kan beginnen, het materiaal is aanwezig
 Rechtsonder: het station is klaar en in gebruik


De opening vond plaats in september 1981 en werd verricht door de heer C.J.A. Wynaendts, initiatiefnemer voor het landelijke ooievaarsproject. Na de nodige plechtigheden en toespraken werden de ooievaars naar de kooien gebracht om daar te worden losgelaten, nu kon het vele werk beginnen.

 Linksboven: dhr. Wynaendts opent het station, rechts 
 van hem Wim Verholt en links (met groene jas) de 
 toenmalig burgemeester dhr. van Notten.
 Rechtsboven: kinderen brengen de ooievaars.
 Op de onderste twee foto's worden de ooievaars in de
 kooien losgelaten door Aad Smits (beheerder vanīt
 Liesveld) en Herman Roelofs (met paarse jas)

Familie Verholt 

We begonnen dat jaar met 14 ooievaars, twee volwassen paren en tien eerste jaars. De eerste ooievaars werden net als in het Liesveld gekortwiekt en de jongen werden in kooien groot gebracht. Het dagelijkse voeren en verzorgen werd vanaf het begin voornamelijk gedaan door het echtpaar Wim en Gerrie Verholt. Ruim 25 jaar zorgden zij dagelijks voor de ooievaars en hun jongen. Het maaien van de weiden en het onderhoud aan beplanting, kooien en nesten zijn allemaal tijdrovende klussen. Daarvoor krijgen zij hulp van andere vrijwilligers van de vogelwerkgroep. Het gebeurde regelmatig dat jongen geheel met de hand gevoerd moesten worden, een taak die altijd met veel toewijding door Gerrie Verholt werd gedaan. Deze jongen werden verder grootgebracht maar werden niet gekortwiekt. Hierdoor konden ze gaan en staan waar ze wilden en gingen ze in het najaar ook op trek naar Afrika. Een belangrijk kenmerk voor een "wilde" ooievaar. De oudervogels hadden door hun jarenlange menselijke verzorging deze trekdrang verloren. Na gewenning werden deze vogels in de daarop volgende jaren vrijgelaten om in de omgeving te kunnen nestelen. Zij  blijven gedeeltelijk afhankelijk van verzorging op 't Zand. Hun jongen trekken echter wel weg, zij sluiten zich aan bij andere (wilde) ooievaars en weten feilloos de route naar Afrika te vinden.

  Op de foto is Gerrie Verholt bezig een jonge ooievaar te voeren.
In de beginjaren van het project werd getracht elk jong groot te brengen, hetgeen soms betekende dat verlaten jongen geheel
met de hand groot moesten worden gebracht, een tijdrovende klus
Wim Verholt voert de Ooievaars welke in de wei staan te wachten. Het voeren wordt vanaf 2000 langzaam afgebouwd om er voor te zorgen dat de Ooievaars op eigen benen komen te staan. In de winter worden de overwinterende ooievaars ook gevoerd.
 


De fam. Verholt moet helaas inmiddels het voerwerk over laten aan andere vrijwilligers, maar zij voelen zich nog steeds zeer betrokken bij 't Zand.

Sinds 2013 is het station gesloten 


Na een afbouwperiode welke eigenlijk al lin 2000 is begonnen is het Ooievaarsbuitenstation in september 2013 officieel gesloten. De ooievaars zijn weer in grote aantallen aanwezig in het gebied en kunnen zich prima zelf redden. Op het voormalige terrein is nog 1 nest aanwezig maar verder is alles weer teruggebracht naar de oorspronkelijke bestemming.


ontwerp: Arno ten Hoeve, uitvoering: TigrisIT