Ooievaarsbuitenstation 't Zand in Gorssel is opgericht in 1981 als onderdeel van het landelijke herintroductieproject voor de Ooievaar. Het was het 5e station dat werd opgericht en de dagelijkse verzorging was in  handen van de familie Verholt, geholpen door een enthousiaste groep vrijwilligers.
Het station heeft, vanaf de geboorte van de eerste jongen in 1982, tot aan heden een belangrijke bijdrage geleverd aan de terugkeer van de Ooievaar in het algemeen en in de IJsselvallei in het bijzonder.


 De terugkeer naar het nest

De Ooievaar is een trekvogel, hij keert eind februari, midden maart uit Afrika terug naar Europa om hier te broeden. De mannetjes komen meestal eerst, de wijfjes volgen enkele dagen tot 2 weken later. De vogel die het eerst terug is bij het nest blijft zoveel mogelijk op of in de buurt hiervan om het te verdedigen tegen andere ooievaars. Dit levert soms gevechten op waarbij het er behoorlijk heftig aan toe kan gaan. Als de partner arriveert wordt deze al op grote afstand herkend en met luid snavelgeklepper begroet. Het nest wordt dan afgebouwd of hersteld en er vinden diverse paringen plaats.

 
   
   
Bij aankomst op het nest begroeten de partners elkaar met snavelgeklepper. Daarna is het tijd om het nest op te knappen
Op het nest vinden in het voorjaar meerder paringen plaats


Nestplaats

Als nestplaats wordt in Nederland veel gebruik gemaakt van door mensen geplaatste nestpalen, een lange paal van zeker 6 meter hoog met daarop een ronde constructie waarop het nest gebouwd kan worden. Ook worden er nesten gemaakt op daken, schoorstenen en hoogspanningsmasten. De laatste jaren zien we dat er in onze omgeving steeds meer boomnesten worden gebouwd waarbij er veelal meerder ooievaarsparen bij elkaar zitten en een kolonie vormen.

  
 Boomnesten komen steeds vaker voor binnen ons 
 werkgebied
 Met wat hulp wordt er ook op schoorstenen gebroed,
 zoals deze ooievaar op de kerk van Gorssel


Eileg

Meestal legt de ooievaar 4 eieren. Nesten met  5 en 6 eieren zijn echter geen uitzondering en komen regelmatig voor evenals nesten met maar 2 of 3 eieren. De eieren zijn wit van kleur en ongeveer 7 cm groot. De eieren worden gelegd met een tussentijd van 1 tot meerdere dagen.
Na het leggen van het eerste ei begint het broeden waarbij beide partners elkaar afwisselen en ze ervoor zorgen dat het nest nooit onbewaakt en onbezet is.
De broedtijd duurt ongeveer 34 dagen en de jongen komen op verschillende dagen uit veroorzaakt door de tijd die er tussen het leggen van de eieren zit.

 
 
 
 Jongen op het nest, op de foto linksboven en
 linksonder is nog een ei zichtbaar dat niet is uitgekomen.

 Op de foto rechtsboven zijn 5 jongen zichtbaar, duidelijk 
 is te zien dat het achterste jong kleiner is dan zijn
 broertjes/zusjes


De jongen

De jongen worden geboren met grijze donsveren, zwarte snavel en poten. In de eerste 3 weken worden de jongen nooit alleen gelaten. Dit om ze te beschermen tegen roofdieren en het weer. Bij erg koud en nat weer kunnen de jongen schuilen onder de veren van de oudervogel maar ook bij erg warm weer bieden de vleugels een goede bescherming.
De jongen worden door beide ouders goed verzorgd met wormen, kevers, slakjes en sprinkhanen.  Allemaal voedsel uit het gevarieerde biotoop van vochtige en droge weilanden met kort en lang gras.. De ouders verzamelen al dat voedsel in hun krop en kieperen het hele prakje in de nestkom, waarna de jongen het oppikken. Bij warm weer brengen de ouders ook water mee. Naarmate de jongen groeien worden de prooien ook groter en kunnen er muizen, mollen en soms kikkers op het menu staan maar het hoofdbestanddeel van het voer blijft toch bestaan uit een variatie van insecten en wormen. Nu er steeds meer Ooievaars komen nemen ook de verhalen over predatie van weidevogels door Ooievaars steeds meer toe. Ongetwijfeld zal het voorkomen dat een Ooievaar bij gelegenheid een wiedevogeljong te pakken neemt, maar de hoofdoorzaak van de achteruitgang van weidevogels moet toch echt elders gezocht worden. Voor meer informatie hierover zie dit rapport.

Na 2 maanden zijn de jongen volgroeid en vliegen ze uit. Ze zijn dan nog wel te herkennen aan hun snavel en poten welke nog zwart zijn en niet rood zoals bij hun ouders. In juni/juli vliegen de jongen uit en leren met hun ouders zelf voedsel zoeken. Eind augustus hebben ze nagenoeg rode poten en snavels en lijken ze als twee druppels water op hun ouders.

   
   
 Jonge ooievaars op het  nest, groot genoeg om alleen
 te blijven terwijl de ouders voedsel zoeken.
 Rechtsboven; voorafgaand aan het uitvliegen wordt er
 flink geoefend.
 Linksonder; veilig geland na de eerste vlucht. Nog
 lange tijd blijven de jongen samen met de ouders
 voedsel zoeken in de omgeving van het nest.


De trek

Een ooievaar maakt gebruik van de thermiek. Afhankelijk van die thermiek zweven ze eind augustus naar Afrika. Onze ooievaars volgen hierbij de westelijke trekroute welke via Frankrijk, Spanje (Straat van Gibraltar) uiteindelijk naar west Afrika loopt. De laatste jaren blijven er echter grote aantallen ooievaars "hangen" in Spanje. Hier vinden ze voedsel op de grote open vuilnisbelten en zolang er eten is beginnen ze niet aan de gevaarlijke overtocht naar Afrika.
De oude vogels keren het volgend jaar meestal naar hetzelfde nest en de zelfde partner terug. De jonge vogels keren pas na 2 jaar, als ze volwassen zijn, terug naar Europa. Waar ze terecht komen hangt af van hun partnerkeuze. Dankzij een goed Europees ringonderzoek wordt duidelijk dat "onze" jongen in heel Europa tot broeden komen. In de omgeving melden zich regelmatig buitenlandse wilde vogels die zich vermengen met de projectvogels.

 

  Kaartje met trekroutes van de ooievaar. Onze
  ooievaars vliegen hoofdzakelijk via de westelijke 
  route naar West Afrika. Op het kaartje rechts zijn de
  ringterugmeldingen van 1969 t/m 2006 weergegeven
  en ook hier is de westelijke trekroute duidelijk te zien
 

 



 Hoe oud wordt een ooievaar?

In de vrije natuur wordt een ooievaar gemiddeld 15 jaar oud, in verzorgde staat veel ouder.
Er is een ooievaar bekend uit Artis welke 30 jaar is geworden en bij ons op het buitenstation 't Zand in  Gorssel heeft een ooievaar in 2005 de leeftijd van 29 jaar bereikt!
Ondank de soms hoge leeftijd kunnen ze nog steeds voor jongen zorgen, zo ook dit mannetje welke in zijn laatste jaar nog 2 jongen wist groot te brengen

Ooievaarsoorten

Naast de ons wel bekende ooievaar zijn er op de wereld nog 18 andere soorten te vinden. In Europa kennen we nog de Zwarte Ooievaar, de ander soorten leven in Afrika, Azie, Amerika en Australie. Hieronder staat een kort overzicht van de soorten en hun leefgebied.



Filmpje over de ooievaar uit een aflevering van het Klokhuis
ontwerp: Arno ten Hoeve, uitvoering: TigrisIT